Mensenrechten |
Onderwijs in Kenia

Volle klassen op Keniase scholen. Toen de Keniase regering in 2003 het basisonderwijs gratis maakte, stroomden anderhalf miljoen leerlingen extra toe. Maar de scholen waren niet voorbereid op die aanwas. Klassen van rond de honderd kinderen zijn nu geen uitzondering; het ontbreekt aan voldoende docenten en lesmateriaal. Toch wordt de maatregel nog altijd breed gesteund. Naar school kunnen gaan maakt immers een wereld van verschil in een kinderleven. Volgens de in VN-verband afgesproken millenniumdoelen moet in 2015 bereikt zijn dat alle kinderen de basisschool volgen. Wereldwijd is het aantal kinderen dat niet naar school mag, gedaald van 96 miljoen in 1999 naar 72 miljoen in 2005. Het doel komt dus dichterbij, maar de vooruitgang gaat langzaam.

Met de beslissing om het basisonderwijs gratis te maken kwam Kenia tegemoet aan de bepalingen in het Verdrag inzake de Rechten van het Kind: elk kind heeft recht op onderwijs en in het bijzonder op gratis basisonderwijs. Dit VN-verdrag dateert uit 1989 en gaat over drie soorten rechten. Ten eerste het recht op voorzieningen, onderwijs, gezondheidszorg en opvang. Ten tweede het recht op bescherming tegen mishandeling, uitbuiting, verwaarlozing, kinderarbeid, oorlogsgeweld, mensenhandel en slavernij. En tot slot het recht op deelname aan de samenleving. Hoewel vrijwel alle landen ter wereld het verdrag hebben ondertekend, wordt het lang niet overal nageleefd. Niet altijd uit onwil; soms ontbreken simpelweg de financiële middelen. De uitvoering van het recht op onderwijs hapert onder meer doordat gezinnen in ontwikkelingslanden vaak mede afhankelijk zijn van de inkomsten van de kinderen. Een ander probleem is de beschikbaarheid van voldoende en goed geschoolde leerkrachten.

De mensenrechten worden vanouds vooral geïnterpreteerd als politieke rechten en vrijheden. Recenter is aandacht ontstaan voor sociale en economische rechten als onderdeel hiervan. Een land als China weigert zich door het Westen te laten aanspreken op de beperkingen van politieke rechten die in dit land gelden. Men verwijst dan naar de grote vooruitgang op sociaal en economisch vlak, waardoor de positie van veel burgers is verbeterd. De beperking van mensenrechten tot individuele politieke rechten zou een westerse eenzijdigheid zijn. Een vergelijkbare kwestie is dat de VN-millenniumdoelen waartoe regeringsleiders van 189 landen zich hebben verplicht, niet lijken te worden gehaald voor de afgesproken datum van 2015. Hoe hard zijn die doelen, zijn dit dan geen rechten? Internationale pressiegroepen vinden dat ontwikkelingsdoelen steviger verankerd moeten worden in de Universele Rechten van de Mens.