Mensenrechten |
Amsterdams Slavernijmonument

Het Nationaal Monument Nederlands Slavernijverleden is in 2002 door koningin Beatrix onthuld in het Amsterdamse Oosterpark. De beeldengroep dient vooral ter herdenking van de eeuwenlange Nederlandse rol in de trans-Atlantische slavenhandel. Sinds de grote oversteek door Columbus in 1492 vestigden zich Europeanen in de Nieuwe Wereld. De Portugezen begonnen met rietsuikerplantages in Brazilië en lieten die bewerken door slaven uit Afrika. Alle koloniserende Europese staten namen deze praktijk over. Samen verscheepten zij in deze slavenhandel in ruim tweehonderd jaar naar schatting meer dan twaalf miljoen Afrikanen. Ruim een half miljoen van hen werden getransporteerd door Nederlanders.

Bij het fort Elmina in het huidige Ghana werden de ingekochte slaven door de Nederlanders ingescheept voor de lange oceaanreis. Aanvankelijk gingen de slaven naar de toenmalige Nederlandse bezittingen in Brazilië. Later werden ze vooral verscheept naar Suriname en de Nederlandse Antillen, deels om dienst te doen op de plantages aldaar, deels om te worden doorverkocht op de slavenmarkt van Curaçao. Onder druk van de Engelsen verbood koning Willem I de Nederlandse slavenhandel in 1814, maar pas in 1863 volgde de afschaffing van de slavernij zelf in de Nederlandse koloniën. Ons land ging als een van de laatste Europese staten daartoe over.

Slavernij is van alle tijden en alle culturen. In de oudheid was het gebruik dat de overwinnaar de overwonnenen tot slaaf maakte. Vooral de Grieken en de Romeinen pasten dit principe toe. In de vroege Middeleeuwen ontstond weerzin tegen het houden van mede-christenen in slavernij. Vanaf dat moment werden onvrije arbeidskrachten voornamelijk gerekruteerd onder de Slavische bevolking van het nog niet gekerstende Oost-Europa, waarmee de herkomst van het woord slaaf verklaard is. Ook tegenwoordig komt slavernij nog wereldwijd voor.

Slavernij is een vorm van onvrijwillige dienst waarin een persoon wordt behandeld als het eigendom van een ander. Dat is geen fenomeen uit het verleden, maar nog steeds dagelijkse praktijk in grote delen van de wereld. Naar schatting tien miljoen kinderen – andere schattingen spreken zelfs van honderd miljoen – werken als slaaf. Bijvoorbeeld de kindsoldaten in Columbia en Sierra Leone. Of de kindslaven op de cacaoplantages in Ivoorkust. Of de kindprostituees in Zuidoost-Azië. Wereldwijd zijn initiatieven ontstaan die aan deze uitbuiting een einde willen maken, zoals protestmarsen tegen kindslavernij in de Indiase tapijtindustrie en de ‘slaafvrije’ chocoladereep Tony’s Chocolonely die in Nederland sinds 2005 op de markt is.Het Nationaal Monument Nederlands Slavernijverleden is in 2002 door koningin Beatrix onthuld in het Amsterdamse Oosterpark. De beeldengroep dient vooral ter herdenking van de eeuwenlange Nederlandse rol in de trans-Atlantische slavenhandel. Sinds de grote oversteek door Columbus in 1492 vestigden zich Europeanen in de Nieuwe Wereld. De Portugezen begonnen met rietsuikerplantages in Brazilië en lieten die bewerken door slaven uit Afrika. Alle koloniserende Europese staten namen deze praktijk over. Samen verscheepten zij in deze slavenhandel in ruim tweehonderd jaar naar schatting meer dan twaalf miljoen Afrikanen. Ruim een half miljoen van hen werden getransporteerd door Nederlanders.

Bij het fort Elmina in het huidige Ghana werden de ingekochte slaven door de Nederlanders ingescheept voor de lange oceaanreis. Aanvankelijk gingen de slaven naar de toenmalige Nederlandse bezittingen in Brazilië. Later werden ze vooral verscheept naar Suriname en de Nederlandse Antillen, deels om dienst te doen op de plantages aldaar, deels om te worden doorverkocht op de slavenmarkt van Curaçao. Onder druk van de Engelsen verbood koning Willem I de Nederlandse slavenhandel in 1814, maar pas in 1863 volgde de afschaffing van de slavernij zelf in de Nederlandse koloniën. Ons land ging als een van de laatste Europese staten daartoe over.

Slavernij is van alle tijden en alle culturen. In de oudheid was het gebruik dat de overwinnaar de overwonnenen tot slaaf maakte. Vooral de Grieken en de Romeinen pasten dit principe toe. In de vroege Middeleeuwen ontstond weerzin tegen het houden van mede-christenen in slavernij. Vanaf dat moment werden onvrije arbeidskrachten voornamelijk gerekruteerd onder de Slavische bevolking van het nog niet gekerstende Oost-Europa, waarmee de herkomst van het woord slaaf verklaard is. Ook tegenwoordig komt slavernij nog wereldwijd voor.

Slavernij is een vorm van onvrijwillige dienst waarin een persoon wordt behandeld als het eigendom van een ander. Dat is geen fenomeen uit het verleden, maar nog steeds dagelijkse praktijk in grote delen van de wereld. Naar schatting tien miljoen kinderen – andere schattingen spreken zelfs van honderd miljoen – werken als slaaf. Bijvoorbeeld de kindsoldaten in Columbia en Sierra Leone. Of de kindslaven op de cacaoplantages in Ivoorkust. Of de kindprostituees in Zuidoost-Azië. Wereldwijd zijn initiatieven ontstaan die aan deze uitbuiting een einde willen maken, zoals protestmarsen tegen kindslavernij in de Indiase tapijtindustrie en de ‘slaafvrije’ chocoladereep Tony’s Chocolonely die in Nederland sinds 2005 op de markt is.