Een kaars met prikkeldraad is het symbool van Amnesty International. Deze organisatie ijvert voor naleving van de mensenrechten, zoals die zijn vastgelegd in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Amnesty International is in 1961 in Londen opgericht. Inmiddels telt de organisatie ruim 2,2 miljoen leden in 160 landen en werkt ze wereldwijd voor volledige naleving van de Universele Verklaring. Amnesty spant zich in voor vrijlating van gewetensgevangenen, het recht op een eerlijk proces op redelijke termijn voor de overige gevangenen, uitbanning van martelingen en de doodstraf, en stopzetting van andere ernstige schendingen van de mensenrechten zoals buitensporig overheidsgeweld en aanvallen op burgers in oorlogsgebieden. Sinds een paar jaar behoren ook de sociale, economische en culturele rechten tot Amnesty's werkterrein, bijvoorbeeld in het tegengaan van discriminatie bij de toegang tot gezondheidszorg, onderwijs of huisvesting.
Via opvallende acties vraagt de organisatie onder meer aandacht voor mensen die vanwege hun overtuiging gevangen zitten. Zo organiseerde Amnesty begin 2008 een schrijfactie voor Tibetaanse monniken die door de autoriteiten opgepakt waren omdat ze weigerden de Dalai Lama af te zweren. Doordat Amnesty-afdelingen in allerlei landen aan dit soort acties meedoen, worden overheden die de mensenrechten schenden vanuit alle hoeken van de wereld tegelijk bestookt met protesten. Het zijn vooral vrijwilligers die met hun deelname aan deze campagnes ervoor hebben gezorgd dat Amnesty is uitgegroeid tot een factor waar regeringen rekening mee houden.
Naast Amnesty International maken organisaties als Human Rights Watch, Aim for Human Rights en het Rode Kruis zich sterk voor de rechten van de mens. De geschiedenis leert dat ook individuen grote invloed kunnen hebben op de naleving van de mensenrechten. Daarvan getuigen de levens van voorvechters als Martin Luther King (Verenigde Staten), Nelson Mandela (Zuid-Afrika) en Aung San Suu Kyi (Birma).
De schending van mensenrechten speelt niet alleen binnen dictaturen of in oorlogssituaties. Ook in democratieën kunnen door allerlei oorzaken mensenrechten in het geding komen. De Verenigde Staten hielden bijvoorbeeld op de marinebasis Guantánamo Bay in Cuba terrorismeverdachten jarenlang vast zonder vorm van proces. Ook in Nederland zijn na de aanslagen van 11 september 2001 veiligheidsmaatregelen genomen die soms op gespannen voet staan met de burgerlijke vrijheden, zoals het recht op bescherming van persoonsgegevens. Hier doet zich een dilemma voor tussen individuele rechten en de belangen van de samenleving, die zich tegen de terrorismedreiging wil verweren.



