Tot 11 september 2001 stonden de Twin Towers in New York symbool voor internationale handel en menselijk kunnen. Na de aanslag staat het gapende gat op Manhattan symbool voor terrorisme. Twee verkeersvliegtuigen boorden zich vlak na het begin van de werkdag, met een interval van een kwartier, in de torens. Nog geen uur na de inslag stortte de South Tower in, daarna ook de North Tower. Hoewel veel mensen kans zagen op tijd de torens te verlaten, waren er bijna drieduizend doden te betreuren. Ook stortte een gekaapt vliegtuig op het Pentagon en crashte een vierde vliegtuig in Pennsylvania. In dat geval voorkwamen de passagiers door de kapers te overmeesteren dat ook dit vliegtuig zijn doel bereikte. De aanslagen waren uitgevoerd door negentien uit het Midden-Oosten afkomstige leden van het islamitische terreurnetwerk Al Qaida.
De gebeurtenissen op ‘9/11’ veroorzaakten wereldwijd een enorme schok en hadden grote gevolgen. De Verenigde Staten beschouwden de aanslagen als een oorlogsverklaring en verklaarden op hun beurt de oorlog aan het terrorisme. Op zoek naar Al Qaida en zijn leider Osama Bin Laden vielen zij Afghanistan binnen. Bovendien werd de oorlog tegen terreur als argument gebruikt om Irak aan te vallen. Naast andere westerse regeringen steunde ook het Nederlandse kabinet-Balkenende die aanval, ondanks binnenlandse kritiek daarop. In Afghanistan ging Nederland deelnemen aan een wederopbouwmissie, een inzet die van het begin af aan omstreden was en door het hardnekkige verzet van de Taliban een meer militair karakter kreeg dan was voorzien.
Het moslimextremisme duikt ook in Nederland op, zoals de moord op filmmaker Theo van Gogh in 2004 en de bedreigingen van politici als Ayaan Hirsi Ali en Geert Wilders lieten zien. Het aantal extremisten – in Nederland vooral een fenomeen onder jongeren – lijkt echter vooralsnog klein te zijn. De terreurdreiging werd nog eens extra voelbaar door de bloedige aanslagen in Madrid op 11 maart 2004. Mede hierdoor, maar ook vanwege integratieproblemen in de praktijk, ontstonden heftige publieke debatten over het gevaar voor Nederland van de fundamentalistische islam. Tegelijk echter is er op allerlei samenlevingsniveaus (in buurten, op scholen, in maatschappelijke organisaties, in cultureel-wetenschappelijke kringen) een constante stroom van initiatieven om het harmonieus samenleven van verschillende bevolkingsgroepen te stimuleren.



