Nederlandse blauwhelmen in Srebrenica. Als onderdeel van een VN-vredesmacht waren de militairen van Dutchbat belast met de bescherming van de moslim-enclave. Die herbergde op dat moment tien keer zoveel inwoners als normaal. Duizenden mannen, vrouwen en kinderen hadden er een veilig heenkomen gezocht, uit angst voor oprukkende Bosnische Serviërs.
De vijandelijkheden waren onderdeel van de Bosnische oorlog, die ontstond toen de regio Bosnië en Herzegovina zich in 1992 onafhankelijk verklaarde. De veelvolkerenstaat Joegoslavië, die tot dan een voorbeeld leek van harmonieus samenleven, begon uiteen te vallen. Bosnische Serviërs betwistten de onafhankelijkheid, riepen zelf de Servische Republiek uit en claimden met wapengekletter en gesteund door Servië grote delen van het land. Op 11 juli 1995 rolden onder bevel van generaal Ratko Mladic Bosnisch-Servische tanks de enclave binnen. De lichtbewapende Dutchbatters zagen geen mogelijkheid de bevolking bescherming te bieden.
Mladic en zijn soldaten deporteerden en vermoordden daarop ongeveer achtduizend moslimmannen en -jongens, de ergste daad van genocide in Europa sinds de Tweede Wereldoorlog. Tot op heden worden massagraven met slachtoffers blootgelegd. De Nederlandse regering liet een onafhankelijk onderzoek uitvoeren naar het drama. Na het verschijnen van dit rapport in 2002 nam het kabinet-Kok de politieke verantwoordelijkheid voor het falen van de Dutchbat-missie op zich en trad af. Het trauma van Srebrenica is zozeer onderdeel van het nationale bewustzijn geworden, dat het is opgenomen in de historische canon. Toch is daarmee geen einde gekomen aan de Nederlandse betrokkenheid bij VN-missies.
De internationale gemeenschap poogt geregeld via de inzet van vredestroepen conflicten te beheersen. Soms onder de vlag van regionale bondgenootschappen, vaker onder de VN-vlag. De Verenigde Naties bezitten geen eigen leger. De manschappen van vredesmachten worden vrijwillig geleverd door lidstaten. De samenstelling van een vredesmacht is zeker geen westerse aangelegenheid. Ook bijvoorbeeld Aziatische en Afrikaanse landen leveren soldaten. De financiering van de meestal kostbare vredesoperaties komt ten laste van de internationale gemeenschap. Niet alle VN-missies hadden succes, maar onder meer in El Salvador en Mozambique leidden interventies tot duurzame vrede. Op veel plekken in de wereld zijn VN-missies actief, bijvoorbeeld in Soedan en op Cyprus, in dat laatste geval zelfs al sinds 1964.



