Verdeling |
Voedselrellen in Indonesië

Begin 2008 braken op verschillende plaatsen in de wereld voedselrellen uit, zoals in Indonesië. Ze waren een reactie op de voedselprijzen die wereldwijd sinds 2005 met 75% omhoog zijn gegaan. Alleen al in 2007 stegen de prijzen van landbouwproducten met gemiddeld 40%. De allerarmsten worden hierdoor het zwaarst getroffen, omdat zij een relatief groot deel van hun inkomen aan voedsel besteden. In Indonesië houdt de regering al jarenlang de prijzen van voedsel kunstmatig laag door subsidies en door marktbeïnvloeding via het opkopen van voedsel. Maar dit programma dreigt aan de prijsstijgingen van geïmporteerd voedsel te bezwijken. Indonesië zou zelfvoorzienend kunnen zijn met bijvoorbeeld de productie van rijst, waarvan de binnenlandse prijs de helft is van die op de wereldmarkt, maar een geplande uitbreiding van het areaal is nog nauwelijks gerealiseerd.

Een aantal ontwikkelingen ligt ten grondslag aan de prijsstijgingen. De belangrijkste oorzaak is de toegenomen welvaart in China en India, waardoor de vraag naar voedsel (vooral vlees) is toegenomen. Tegelijkertijd slokt de vervaardiging van biobrandstoffen een gedeelte van de oogsten op. Bovendien hebben – al dan niet onder invloed van de klimaatveranderingen – recente overstromingen in West-Afrika, extreme droogte in Australië en zware sneeuwstormen in China hun weerslag op de voedselproductie gehad. Ten slotte is door de dure fossiele brandstoffen het transport van voedsel duurder geworden.

Het wereldvoedselvraagstuk is eigenlijk een verdelingsvraagstuk. Wereldwijd wordt voldoende voedsel geproduceerd voor iedereen. Desondanks zijn negenhonderd miljoen mensen ondervoed, hebben bijna twee miljard mensen voedingsproblemen en worden in de toekomst nog veel meer mensen met honger en ondervoeding bedreigd. Het kernprobleem is dat veel mensen als gevolg van armoede, oorlog en complexe handelsstructuren geen toegang hebben tot het voedsel.

In Nederland is voedselschaarste een onbekend begrip geworden, maar in het verleden stak dit probleem wel geregeld de kop op. In 1917 brak in Amsterdam zelfs het aardappeloproer uit, toen de Eerste Wereldoorlog leidde tot aanvoerproblemen en dus tot schaarste aan levensmiddelen. Arbeidersvrouwen plunderden een schip met aardappelvoorraden en later werden ook winkels en pakhuizen bestormd. Er vielen tien doden. Het welvaartspeil is sinds de Tweede Wereldoorlog zo sterk toegenomen dat zulke voedselrellen in ons land ondenkbaar zijn geworden, maar de wereldwijde voedselcrisis kan ook in het Nederlandse beleid tot wendingen leiden. Zo is al de vraag opgeworpen of de teloorgang van landbouwareaal in ons land niet moet worden afgeremd.