Veilig drinkwater is schaars in het droge Midden-Oosten, waardoor tussen allerlei landen en bevolkingsgroepen conflicten ontstaan. Turkije bouwt voor energiewinning en irrigatie zeer tegen de zin van Irak en Syrië dammen in de Eufraat en de Tigris. Israël, Jordanië en Libanon betwisten elkaar het water van de Jordaan.
Egypte is voor 95% van zijn watergebruik afhankelijk van de Nijl, omdat de regenval verwaarloosbaar is en de voorraad grondwater zeer beperkt. Het bovenstroomse deel van de rivier ligt echter op het territorium van negen andere landen. Via verdragen uit de koloniale tijd heeft Egypte de buurlanden erop vastgelegd dat ze geen waterwerken in de Nijl mogen uitvoeren om water aan de rivier te onttrekken. Tot op heden houdt Egypte hieraan vast, desnoods onder dreiging van gewapend ingrijpen.
Ook elders in de wereld kan zich een strijd om de watervoorraad gaan afspelen. De waterconsumptie verdubbelt elke twintig jaar, twee keer zo snel als de bevolkingsgroei. De intensieve landbouw is goed voor 65%, de industrie voor 25% en de huishoudens voor 10% van het gebruik. Hoofdverbruikers zijn de rijke landen. Net als andere natuurlijke hulpbronnen is de zoetwatervoorraad op aarde niet onuitputtelijk. Weliswaar is driekwart van het aardoppervlak bedekt met water, maar slechts een half procent daarvan is beschikbaar als drinkwater. En die hoeveelheid neemt af, niet alleen door het intensieve verbruik, maar ook door vervuiling en verdroging. De toegang tot schoon drinkwater is bovendien oneerlijk verdeeld. 900 miljoen mensen, vooral in ontwikkelingslanden, beschikken niet over veilig drinkwater. Het drinken van vervuild water en de aanwezigheid van verontreinigd oppervlaktewater spelen in die landen een aanzienlijke rol in de overdracht van ziektekiemen.
Duurzame winning en eerlijke verdeling van water zijn dus dringend gewenst. Wat dat betreft verschilt water niet van andere natuurlijke hulpbronnen zoals gas en olie, waarvan de voorraad ook niet onuitputtelijk is. In Nederland spreekt men vaak zorgelijk over het opraken van de gasbel in Groningen, die sinds 1959 wordt geëxploiteerd. Als het veld leeg is, raakt Nederland afhankelijk van import. Zo is de energievoorraad duidelijk een internationale kwestie. Vanwege het gevaar van het opraken van energiebronnen, maar meer nog vanwege het klimaat wordt steeds meer werk gemaakt van de toepassing van duurzame alternatieven zoals wind- en zonne-energie. Ook het verbranden van biomassa is een optie (nu goed voor de helft van de duurzame energie in Nederland), maar recent is duidelijk geworden dat dit negatieve gevolgen heeft voor de voedselvoorraad op de wereld.



