Project Canon voor Wereldburgerschap
Het project is in juni 2007 geïnitieerd door NCDO en de Faculteit Geowetenschappen van de Universiteit Utrecht. Daarbij is het volgende projectplan vastgesteld.Doelstelling
Het project heeft als doelstelling:
- Ontwikkeling van een canon voor wereldburgerschap.
- Bijdragen aan het versterken van de aandacht voor wereldburgerschap in het reguliere onderwijs via de ontwikkeling van de canon.
Achtergrond
De historische en culturele canon van Nederland van de commissie-Van Oostrom is gunstig ontvangen. De canon voldoet blijkbaar aan een breed gevoelde behoefte aan overzichtelijkheid en het maken van keuzes. Met een vijftigtal zogeheten ‘vensters’ wordt aangegeven wat Nederlanders toch in elk geval zouden moeten weten van hun nationale geschiedenis. De vensters bieden een icoon (een persoon, een plek, een gebeurtenis) met behulp waarvan belangrijke onderwerpen uit de Nederlandse geschiedenis kunnen worden verkend. De canon is open (kan desgewenst na een aantal jaren worden aangepast).
Bij het bevorderen van wereldburgerschap in het Nederlandse onderwijs zou het instrument van een canon ook heel dienstig kunnen zijn. Een lijst van 20 tot 25 vensters zou scholen en lerarenopleidingen houvast kunnen bieden. Het gaat dan om iconen die samen een goed overzicht vormen van wat Nederlanders – als wereldburgers – in elk geval van de wereld zouden moeten weten. Door de beperking tot 20 à 25 vensters ontstaat de mogelijkheid om in scholen serieuze aandacht te geven aan elk van de onderwerpen: in de zin van kennismaking, gedachtevorming, verdieping.
Vanuit het perspectief van scholen is ‘wereldburgerschap’ een van de zeer vele aandachtsvelden die in het onderwijs een plaats zouden moeten krijgen. De inhoudelijke basis van wereldburgerschap is in principe erg uitgebreid en moeilijk af te bakenen. Het gaat immers om ontwikkeling, duurzaamheid, mensenrechten, vrede & veiligheid, en zo meer. Er zitten tal van dimensies aan: historisch, geografisch, politiek, cultureel, economisch en ga zo maar door. Deze breedheid maakt het voor scholen moeilijk om aan wereldburgerschap op een overtuigende manier vorm te geven. Een weloverwogen canon met een beperkt aantal vensters zou een uiterst nuttig handvat kunnen zijn. Het is dan wel van belang dat de canon op overtuigende en aantrekkelijke wijze naar de scholen en opleidingen wordt gebracht.
Het woord ‘canon’ is aan inflatie onderhevig. Na het succes van de commissie-Van Oostrom is er een ware proliferatie van canoninitiatieven (lokaal, regionaal, voor kunst, etc). Het is dan ook maar de vraag of bij een canon voor wereldburgerschap het woord ‘canon’ moet worden gehanteerd. In deze fase van het project gebruiken we nog wel deze term, maar bij de realisatie is het misschien beter het woord te vermijden.
Beoogd resultaat
- Samenstelling van een canoncommissie van maximaal acht leden.
- Organisatie van vijf bijeenkomsten van deze commissie.
- Verslaglegging van de bijeenkomsten.
- Rapport van ongeveer 50 à 75 pagina’s, bestaande uit verantwoording, presentatie van de canon, twee pagina’s uitwerking per venster en suggesties voor implementatie.
- De canoncommissie levert uiterlijk eind 2008 dit rapport aan, digitaal. De uitgave wordt verzorgd door NCDO.
- De commissie levert ook een idee voor een canonposter aan.
Instelling en werkwijze commissie
Om te komen tot een canon voor wereldburgerschap zal in de periode september 2007 tot november 2008 een betrekkelijk kleine commissie aan de slag gaan. Vanuit de Universiteit Utrecht nemen Rob van der Vaart en Tine Beneker respectievelijk het voorzitterschap en het secretariaat op zich. Hierdoor zijn de lijnen tussen voorzitter en secretaris kort, hetgeen het proces positief zal beïnvloeden. Vanuit NCDO participeert Mariëtte van Stalborch in de commissie. NCDO staat garant voor publicatie en publiciteit van het rapport. De commissie bestaat uit maximaal acht leden. Drie ervan liggen bij voorbaat vast (Rob van der Vaart, Tine Beneker en Mariëtte van Stalborch). De overige leden worden aangezocht uit de volgende sectoren: journalistiek, docenten, lerarenopleiders, deskundigen burgerschap, migrantenorganisaties.
Van de commissieleden wordt het volgende verwacht:- Het bijwonen van vijf vergaderingen van drie uur – actief meedenken tijdens de vergaderingen, vooraf stukken lezen, ontwerpteksten voor het eindrapport van commentaar voorzien, bereidheid om na zomer 2008 een rol te spelen in de disseminatie van de canon.
- Een positieve grondhouding ten aanzien van het idee van een canon voor wereldburgerschap.
- Een canon voor wereldburgerschap ontwikkelen bestaande uit 20 of 25 vensters, voorzien van een verantwoording en een uitwerking bij elk van de vensters.
- Voorstellen ontwikkelen voor de implementatie van de canon vanaf december 2008.
- Zorgdragen voor voldoende draagvlak voor de canon, via het consulteren van belanghebbenden binnen en buiten het onderwijsveld.
- Wereldburgerschap kan worden opgevat als de internationale dimensie van de betrokkenheid van burgers bij de samenleving. Wereldburgerschap heeft niet alleen een kennisdimensie, maar ook dimensies als betrokkenheid, houding en praktisch handelen (zie visiedocument NCDO). De canon zal echter de invalshoek hebben van inhoudelijke vensters, die in scholen en opleidingen uiteraard de mogelijkheid bieden discussies aan te gaan of betrokkenheid te vergroten. Hoe in de klas om te gaan met de vensters – de didactiek van wereldburgerschap – is echter niet het primaire aandachtsveld van de commissie.
- De doelgroepen voor de canon worden duidelijk afgebakend. Het onderwijs staat centraal: primair en voortgezet onderwijs, evenals de lerarenopleidingen.
- De inhoudelijke dimensies van wereldburgerschap zoals omschreven in het visiedocument van NCDO krijgen in ieder geval aandacht.
- Als eindproduct levert de commissie een rapport af van ongeveer 50 à 75 pagina’s, bestaande uit verantwoording, presentatie van de canon, twee pagina’s uitwerking per venster en suggesties voor implementatie. De uitwerking per venster geeft een korte inhoudelijke toelichting waarin ook het belang van het venster voor wereldburgerschap duidelijk wordt, plus onderwijssuggesties (aansluiting bij schoolprogramma’s, mogelijkheden voor verbreding en verdieping van het venster, websites, musea, jeugdliteratuur, beschikbaar aanvullend materiaal). De commissie levert op 30 juni 2008 kopij aan voor het eindrapport, maar doet niet zelf de opmaak of verwerving van beeldrechten (voor de iconen). De commissie levert ook een idee aan voor een canonposter.
