De initiatiefnemers stond een canon voor ogen met zo’n 20 tot 25 vensters op de wereld: een uiterst selectieve verzameling dus in een immens werkveld. Om te kunnen slagen in deze opgave omarmde de commissie – met dank – een aantal uitgangspunten van de nationale canoncommissie die zeker aan het welslagen van haar project hebben bijgedragen.45 Onze belangrijkste vertrekpunten staan hieronder op een rij.
Uitgangspunten
- Deze canon biedt geen lijstje onderwerpen, maar vensters op de wereld. Die vensters nodigen uit om erdoorheen te kijken: naar andere plekken, andere tijden, andere mensen; naar de verbanden met het eigen leven en de eigen omgeving. Natuurlijk staat bij elk venster een gekozen icoon: een concrete plek, gebeurtenis, organisatie of persoon. Maar de bedoeling is verder te kijken dan dat icoon.
- De canon is inhoudelijk, dat wil zeggen brengt informatie over de wereld. Maar nadrukkelijk legt hij ook verband met fundamentele waarden en houdingen die voor wereldburgerschap van belang zijn.
- De canon wil uitnodigen tot verhalen, gesprekken, reflectie. De canon is slechts een beginpunt. Echte vorming tot wereldburgerschap kan alleen plaatsvinden als pedagogisch en didactisch verantwoord met de canon wordt gewerkt.
- De canon is wel een keuze, maar wil geen keurslijf zijn. Het staat eenieder vrij te variëren op de vensters. Of om de canon ter discussie te stellen. De canon is dus open, niet gesloten.
- De canon is een uitnodiging aan docenten, scholen en opleiders om na te denken over de volgende vragen: wat vinden we van de voorgestelde vensters? Wat willen we ervan behandelen en hoe gaan we dat doen? Zien we in de canon aanleiding om aanpassingen aan te brengen in wat we al deden?
- De canon is een uitnodiging om verbanden te leggen tussen de wereld en de eigen omgeving en ervaringen van leerlingen.
- De canon is een stap, hopelijk in de goede richting, maar zeker niet het laatste woord. Allen die zich professioneel bezighouden met onderwijs voor wereldburgerschap, worden uitgenodigd de canon verder handen en voeten te geven. En de canon is natuurlijk open voor herziening in de toekomst.
Inspiratiebronnen
Het werkproces van de commissie is vooral als een voortdurende brainstorming te typeren. Nu eens volgden we de inductieve weg: alle leden maakten dan lijstjes van onderwerpen die in elk geval aan bod zouden moeten komen. Dat werden er natuurlijk te veel voor een canon met maximaal 25 vensters. Dan weer schakelden we over op de deductieve weg: vanuit een overkoepelende logica probeerden we alle ideeën te ordenen en samen te voegen. Bij die clustering waren internationale opvattingen over de kernthema’s van het onderwijs voor wereldburgerschap, zoals hiervoor in het kort besproken, natuurlijk behulpzaam.
Een andere bron van inspiratie bestond uit de consultaties van uiteenlopende groepen. Leraren, studenten aan lerarenopleidingen, studenten geowetenschappen, experts van ontwikkelingseducatieve instellingen, leden van het Platform Allochtone Ouders en Onderwijs, een groep van zo’n dertig personen uit ontwikkelingslanden: met al deze deskundigen beraadslaagde de commissie in het verband van werkateliers of andere discussievormen. Dat gaf een indruk van de onderwerpen en invalshoeken die in ieder geval een plaats zouden moeten krijgen.
Thema’s en vensters
Dit proces mondde uit in het voorstel voor 24 ‘vensters op de wereld’ in deel B van dit rapport. Anders dan bij de historische canon groepeerden we deze vensters in acht centrale thema’s, omdat dit de mogelijkheid gaf de fundamentele waarden te belichten die bij onderwijs voor wereldburgerschap in het geding zijn. Elk van de thema’s vertegenwoordigt een belangrijke dimensie van de mondiale verhoudingen en van onze relatie tot de wereld buiten Nederland. En ieder thema staat voor bepaalde waarden. De acht thema’s zijn:
- Diversiteit
- Identiteit
- Mensenrechten
- Duurzame ontwikkeling
- Globalisering
- Verdeling
- Vrede en conflict
- Mondiale betrokkenheid
Allemaal zijn dit veelomvattende thema’s. Daarom heeft de commissie bij elk thema drie iconen ofwel vensters gekozen, die via een concrete invalshoek een aspect van het brede thema belichten. De keuze van de vensters is willekeuriger dan die van de thema’s. Het canonieke gehalte van dit voorstel (of althans de poging daartoe) komt vooral tot uiting in het geheel van thema’s. De centrale waarden van onderwijs voor wereldburgerschap zijn hierin verdisconteerd, zoals uit de thematische inleidingen in deel B zal blijken. Daarbinnen zijn de iconen of vensters concrete voorbeelden die tot op zekere hoogte inwisselbaar zijn voor andere voorbeelden, die bijvoorbeeld beter aansluiten bij de belevingswereld van een groep leerlingen of bij de actualiteit.
De opzet: een voorbeeld
Vooruitlopend op deel B van dit rapport volgt hier een voorbeeld ter verduidelijking van de opzet. Een van de thema’s is globalisering. Het is evident dat dit fenomeen samenhangt met een aantal van de andere thema’s, zoals verdeling, mensenrechten of duurzame ontwikkeling. In onze indeling staat het globaliseringsthema met name voor de sterke onderlinge samenhang en afhankelijkheid van gebieden en mensen in de wereld. Omdat het een zeer complex thema is, zijn drie aspecten naar voren gehaald om het handen en voeten te geven:
- De (verschuivende) economische relaties en economische zwaartepunten in een wereld die sterk door handel en investeringen is verbonden. Als venster is hierbij gekozen voor Sjanghai – een wereldstad die tot de verbeelding spreekt, als symbool voor de groeiende economische betekenis van China.
- De enorme internationale migratiestromen die in de wereld zijn ontstaan in het kielzog van globaliseringsprocessen. Als venster is gekozen voor Ceuta – de Spaanse exclave in Marokko waar veel Afrikaanse migranten op stuklopen en die pijnlijk duidelijk maakt welke politieke en morele dilemma’s de migratiestromen oproepen.
- De culturele uitwisseling als dimensie van globalisering, waarbij overal ter wereld nieuwe patronen en mengvormen ontstaan in voeding, muziek, mode, enzovoorts. Als venster is hier de djembé gekozen – een West-Afrikaans muziekinstrument dat staat voor inheemse tradities, maar ook voor internationale uitwisseling tussen muziekstijlen.
Het moge duidelijk zijn dat de commissie ook andere aspecten van globalisering had kunnen selecteren – hoewel de keuzes hier tamelijk voor de hand lagen – en vooral, dat bij de gekozen aspecten zeker ook andere vensters mogelijk waren geweest. In plaats van Sjanghai (als venster op de economische kant van globalisering) hadden tal van alternatieven niet misstaan: New York, een bekende multinationale onderneming, de Indiase IT-sector, de zeecontainer, en zo meer. Hier geldt: het is een kwestie van kiezen.
Vensters om doorheen te kijken
Bij de keuze van vensters is gelet op variatie in meerdere opzichten: er zijn plaatsen, gebeurtenissen, organisaties en objecten bij; sommige verwijzen naar vroeger, andere naar het heden; ook de spreiding over de wereld is in het oog gehouden. Maar het blijft een keuze. In het klaslokaal kunnen ook andere vensters worden gehanteerd, voortbordurend op deze gedachtelijnen. De commissie meent in elk geval dat de hier gepresenteerde serie van 24 vensters een gevarieerde kijk op de wereld biedt en staat voor belangrijke aspecten van de kernthema’s van wereldburgerschap.
Wie de serie vensters wil gaan gebruiken, moet bovendien beseffen dat de iconen niet voor niets ‘vensters’ zijn: je kunt erdoorheen kijken en ziet dan een heel landschap. Sjanghai, bijvoorbeeld, is op zichzelf een dynamische en fascinerende stad: de moeite waard om iets over te leren. Maar Sjanghai als vertrekpunt biedt de gelegenheid om ‘door het venster te kijken’ en allerlei vragen te bespreken die dan rijzen. Waarom komt China economisch zo sterk op? Wat betekent dat voor ons en voor mensen in andere delen van de wereld? Welk aandeel hebben internationale bedrijven in de opkomst van China? Wat zijn andere belangrijke stedelijke knooppunten in de huidige wereldeconomie? Behoort de Randstad daartoe? Enzovoorts.
Welke vragen bij de vensters worden gesteld – en op welk niveau – zal afhangen van de onderwijscontext: leeftijdsniveau en schooltype, maatschappelijke actualiteit, inzet van de leraren, tijd om aan dergelijke thema’s in de klas aandacht te geven. In ieder geval kan het kader van de 8 thema’s en 24 vensters leraren en opleiders hulp bieden bij de keuzes die zij maken in hun onderwijs. Overigens zijn in dit rapport de teksten bij de thema’s en vensters niet geschreven op een taalniveau dat leerlingen in het primair en voortgezet onderwijs zal aanspreken. Dit rapport biedt slechts een aanzet. Uitwerking van de vensters in leermiddelen – zoals een website, schriftelijk lesmateriaal en filmpjes – is een zaak voor later en valt buiten de opdracht van de commissie. In het volgende hoofdstuk wordt beknopt aangegeven hoe diverse actoren dit canonvoorstel in de onderwijspraktijk kunnen gebruiken.
Noot
- Deze uitgangspunten zijn aardig bijeengezet in de samenvatting van deel A van het rapport van de Commissie Ontwikkeling Nederlandse Canon (2006), pp. 12-13.
