In juni 2007 nam NCDO in samenwerking met de Faculteit Geowetenschappen van de Universiteit Utrecht het initiatief om een ‘canon voor wereldburgerschap’ te ontwikkelen, vooral voor gebruik in het onderwijs. De taak werd in handen gegeven van een divers samengestelde commissie (zie bijlage 4 voor de personalia van de commissieleden).
Waarom een canon voor wereldburgerschap? Het idee ontstond naar aanleiding van het succes van de historische en culturele canon van Nederland. Natuurlijk was dat een veel grootschaliger initiatief dan in ons geval haalbaar is. De instelling van de Commissie Ontwikkeling Nederlandse Canon door de minister van Onderwijs stoelde op een brede maatschappelijke consensus over het probleem van het gebrekkig historisch besef in de Nederlandse samenleving. De commissie had ruime middelen tot haar beschikking om haar doelen te realiseren. Vanwege de gevoelde urgentie van het onderwerp kreeg de historische canon veel aandacht in de media.1 De begeleidende website, www.entoen.nu, werd en wordt druk bezocht. In de slipstream van de nationale canon ontstonden tal van lokale of thematische canons. Iedere provincie is in 2008 aangedaan om de historische canon met een feestelijke bijeenkomst te lanceren in onderwijsland. Inmiddels is besloten dat de canon onderdeel gaat uitmaken van de kerndoelen voor basisonderwijs en basisvorming. Kortom, de nationale historische canon heeft veel losgemaakt: creatieve energie, enthousiasme, debat.
Ons project ter ontwikkeling van een canon voor wereldburgerschap had en heeft niet dezelfde status, middelen en ambities als het project voor de canon van Nederland. Toch is het idee van een canon nagevolgd. Uit de reacties op de historische canon is namelijk gebleken dat het aanreiken van een selectieve lijst van onderwerpen, of zo men wil iconen of vensters, voorziet in een sterke behoefte aan overzichtelijkheid en het maken van keuzes. Wereldburgerschap, als aandachtsveld voor het onderwijs, is zeer veelomvattend en moeilijk af te bakenen. Handvatten kunnen daarom nuttig zijn voor de gedachtebepaling van leraren, leraren in opleiding, opleiders, auteurs van leermiddelen en anderen.
De ervaring met de historische canon heeft bovendien duidelijk gemaakt dat een canonvoorstel altijd tot debat leidt: waarom zijn deze elementen gekozen, waarom niet andere, wat is de achterliggende logica? Zo’n debat hopen we ook met deze canon voor wereldburgerschap op te roepen. De discussie heeft immers een waarde in zichzelf: via het argumenteren over de gemaakte selectie van thema’s en vensters kan eenieder de eigen gedachten over wereldburgerschap aanscherpen.
Noot
- In 2006 verscheen de eerste rapportage van de canoncommissie, die bestond uit een achtergronddocument (deel A) en het eigenlijke canonvoorstel met de vensters (deel B). Deel C kwam uit in 2007 en gaf een reactie op het inmiddels gevoerde debat over het canonvoorstel.
